Roll over

Leer mikken op een smal en/of bewegend voorwerp op de grond.

Toelichting

Alle kinderen maken tweetallen. Elk tweetal pakt een stok en een bal. Ze gaan beide op een lijn staan en plaatsen de stok in het midden.

Eén van de twee begint met de bal en mikt op de stok. Dit mag direct of via meerdere stuiten. Het is de bedoeling de stok over de lijn van de ander te krijgen. De kinderen mikken steeds om en om.

Wie weet als eerste de stok over de lijn van de andere speler te krijgen? Speel tot je 3 potjes hebt gewonnen en wissel daarna van tegenstander.

Kijk voor variaties bij de verschillende leeftijdsgroepen.

Benodigdheden per tweetal

  • 1 stok
  • 1 bal (gebruik verschillende soorten

Aandachtspunten

De stokken mogen weer recht tussen de lijnen worden geplaatst als ze scheef zijn komen te liggen.

De ballen moeten worden gegooid en mogen niet tegen de stok aan worden gerold. Staat een speler voor zijn lijn en komt de stok tegen zijn tenen? Dan heeft de ander dat potje gewonnen.

Groep 3 & 4

Speel over kleinere afstanden en met lichtere ballen zoals volleyballen. De kinderen mogen de bal met meerdere stuiten tegen de stok mikken.

Geef aan dat de kinderen de ballen onderhands op de stok mikken.

Groep 5 & 6

Speel over grotere afstanden en varieer met kleinere en grotere ballen om het uitdagender te maken. Je kan de kinderen bijvoorbeeld verplichten de stok direct of met maximaal 2 stuiten te raken.

Variatie: maak het mikken moeilijker door de kinderen met één hand te laten mikken. Verplicht de kinderen onderhands of juist bovenhands te mikken.

Groep 7 & 8

Speel over afstanden van minimaal 3 meter tot de stok. De kinderen moeten nu extra goed mikken om de stok te raken. Ze mogen niet meer via een stuit spelen, de stok moet direct geraakt worden.

Variatie: maak het mikken moeilijker door ze met hun niet voorkeurshand te laten mikken.

Lessenplan gratis uitproberen?