Allesbal

Doel: De kinderen proberen de bal in de hoepel van de ander te stuiten en te voorkomen dat de bal in de eigen hoepel stuit.

10-15 min

Toelichting

Er worden tweetallen gevormd. De kinderen spelen 1 tegen 1 en gaan tegenover elkaar staan in een hoepel. Voor beide kinderen ligt een tweede hoepel, die moeten ze zien te verdedigen.

De spelers gooien een bal over en proberen deze te mikken in de hoepel die voor de tegenspeler ligt. Stuit de bal in de hoepel van je tegenspeler dan verdien je een punt. De andere speler probeert dit te voorkomen door de bal op te vangen voor hij in zijn hoepel stuit.

Varieer in de afstanden tussen de hoepels en in de grootte van de bal om het uitdagend te houden.

Speel het spel tot er 3 punten zijn behaald door een speler, deze wint het spel. Wissel nu van tegenspeler.

Variatie: Laat de kinderen zelf een veld bouwen waarbinnen ze het tegen elkaar opnemen!


Benodigdheden per tweetal

  • 4 hoepels (of maak cirkels van krijt)
  • 1 voetbal en/of volleybal
  • 1 tennisbal
  • 1 ring (variatie)


Aandachtspunten

Geef de kinderen de tip om door de knieën te zakken. Dicht bij de grond is het namelijk makkelijker vangen en verdedigen. De kinderen moeten tijdens het spel met de voeten binnen hun hoepel blijven.

Groep 3 & 4

Speel over korte afstanden en gebruik grote maar lichte ballen zoals volleyballen. Deze zijn gemakkelijk te gooien en vangen.

De kinderen spelen twee tegen twee. Ze hebben nu dus 2 hoepels voor zich die ze moeten verdedigen. Welk tweetal haalt de meeste punten?

Variatie: is vangen lastig of wil je meer snelheid in het spel? Dan kun je ervoor kiezen om de kinderen de bal te laten tikken richting de hoepels.

Groep 5 & 6

De kinderen spelen 1 tegen 1 en gebruiken voetballen. De hoepels worden verder uit elkaar geplaatst. De hoepel die verdedigd moet worden wordt verder van de speler af geplaatst. 

Variatie: laat de verdedigende speler beide handen op de rug houden, hij mag zijn handen pas gebruiken als de tegenspeler de bal richting zijn hoepel mikt.

Groep 7 & 8

De kinderen spelen in een vierkant met vier spelers tegelijk. Zorg dat onderlinge afstanden gelijk zijn. Er kan nu zowel zijwaarts, rechtdoor als diagonaal gescoord worden. Het spel wordt gespeeld met tennisballen die moeten worden gemikt op de andere hoepels. 

Wanneer je de bal naast een hoepel van een andere speler mikt gaat er een punt van je score af. 

Wie eindigt er met de meeste punten in de plus?

Variatie: speel het spel ook eens met werpringen, deze zijn moeilijker op te vangen en te verdedigen.

Lessenplan gratis uitproberen?